In een bestek van iets meer dan een half jaar tijd sloeg het nieuwsimago van DSB om. Van 1 maart tot half mei 2009 stond de bank van Dirk Scheringa niet in een heel ander journalistiek daglicht dan andere banken. Wel verscheen er een aantal klachten van klanten in tv-programma’s en in krantenberichten, maar aanzienlijk was dat niet. Vanaf het vertrek van Frank de Grave op 18 mei en aanhoudende klachten, kenterde het nieuwsbeeld wel. Na de boete van waakhond AFM op 1 juli 2009 nam de negatieve publiciteit nog verder toe en werden eerdere klachten van DSB-klanten als het ware geformaliseerd. Bovendien volgde DSB telkens een trage, inconsistente communicatiestrategie. Hiermee ontstond uiteindelijk een klimaat waarin de uitspraken van Pieter Lakeman in Goedemorgen Nederland van 1 oktober het effect hadden op wat er in die oktobermaand allemaal met de bank gebeurde.
De Nederlandse Nieuwsmonitor heeft, als onderdeel van het totale onderzoek van de commissie Scheltema naar de ondergang van DSB, een inhoudsanalyse van de berichtgeving uitgevoerd. In dit online overzicht worden de belangrijkste bevindingen hiervan puntsgewijs gepresenteerd in grafieken en tabellen. De belangrijkste conclusies van het onderzoek zijn uitgebreider na te lezen in het rapport DSB in de media.
Klik op onderstaande hyperlinks om de belangrijkste aspecten van de berichtgeving over de DSB-affaire te bekijken. Een beschrijving van de methoden van inhoudsanalyse die zijn gebruikt, staat in bijlage 1 bij de uitgebreide samenvatting of op deze pagina. Informatie over de onderzochte nieuwsmedia en aantallen geanalyseerde berichten staat eveneens in bijlage 1 bij de samenvatting.
>> Mediaprofiel van DSB ten opzichte van andere banken: van gewone naar andere bank
>> Teneur van het nieuws: negatieve twist na vertrek De Grave en boete AFM