Media en politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verweven. Media bieden politici een platform voor debat over politiek relevante zaken en geven idealiter een indicatie van wat er onder de bevolking leeft. Sommigen gaan nog een stap verder en stellen dat het Haagse huwelijk tussen politiek en media er op neerkomt dat de journalistiek de politieke agenda bepaalt in plaats van omgekeerd. Symptomatisch voor deze ‘waan van de dag’ zou zijn dat Kamerleden hun schriftelijke vragen en masse baseren op berichten in de media. Uit onderzoek van de Nederlandse Nieuwsmonitor en opinieweekblad Vrij Nederland bleek dat dit percentage in het parlementaire jaar 2008–2009 bijna 37% bedroeg. Verder bleek dat van de tien meest actieve Kamerleden er slechts twee in de top tien van media-aandacht stonden terwijl andersom slechts drie Kamerleden uit de top tien van media-aandacht ook in de top tien qua parlementaire activiteiten terug te vinden waren. Kortom, zoals meestal in relaties is in de praktijk van alle dag dit Haagse huwelijk een stuk ingewikkelder en genuanceerder.
Zichtbaarheid in media is weliswaar belangrijk voor politici maar daarmee is niet gezegd dat veel aandacht een garantie voor (electoraal) succes is. Ook de teneur van de berichtgeving is een factor van belang. In het najaar van 2008 komt Rita Verdonk aanzienlijk vaker in het nieuws dan Geert Wilders. Wilders trekt wat aandacht met zijn bijdrage aan de Algemene Politieke Beschouwingen. Als premier Balkenende stelt dat het juridisch onmogelijk is criminelen met een Marokkaanse achtergrond in bezit van een Nederlands paspoort op het vliegtuig naar Marokko te zetten, antwoordt Wilders: ‘Dan maakt u het maar mogelijk. U gedraagt zich als de directeur van de Efteling’ en dient een motie van wantrouwen in. Het vele nieuws over Rita Verdonk gaat grotendeels over interne conflicten. In het najaar van 2008 daalt Verdonk in de peilingen en stijgt Wilders.
De verkiezingscampagne van 2010 laat overigens zien dat ook de teneur niet allesbepalend is. Eind mei bleek uit ons onderzoek dat de teneur van de berichtgeving voor zowel CDA als PVV negatief was. Twee weken later is Balkenende de grote verliezer, Wilders de grote winnaar van de verkiezingen. Kortom: hoeveelheid aandacht en teneur mogen van belang zijn, allesbepalend zijn ze niet. Het succes van Wilders en het falen van Balkenende zijn elkaars spiegelbeeld. Veel sterker dan Balkenende vertolkte Wilders een gevoel dat onder kiezers ruim leefde. Media voelden de stemming rond Balkenende aanzienlijk beter aan dan rond Wilders. Dat illustreert nog eens hoe lastig het voor media is te vertolken wat onder de bevolking leeft.
Telkens als politici iets roepen, staan journalisten voor de vraag ‘is dit nieuws?’, is dit een uitspraak die wij voor onze lezers/kijkers relevant vinden? Wat Wilders betreft schuilt de nieuwswaarde vaak niet in wat hij zegt maar in hoe hij het zegt. Met treffende oneliners weet hij dezelfde boodschap steeds van een nieuwe verpakking te voorzien en op die manier zijn boodschap nieuwswaardig te maken. Analyse van de berichtgeving rond ‘Fitna’ laat een sterk ‘actie-reactie’-patroon zien. Wilders kondigt iets aan (ik ga een film maken, de film gaat Fitna heten), in de berichtgeving reageren politici, in analyses en commentaren reageren media, op opiniepagina’s laten deskundigen van zich horen en tenslotte mengen burgers zich in het debat. Voor media geldt dat wanneer het ene medium er aandacht aan besteedt de anderen niet achter kunnen blijven. De laatste weken is ditzelfde patroon in mediaberichtgeving zichtbaar rond Wilders en de aangekondigde toespraak op 11 september a.s. in New York.
Een dergelijk actie-reactie patroon is overigens niet voorbehouden aan Wilders of aan politici. Onder andere in de berichtgeving rond de val van DSB zagen we een identiek patroon na de oproep van Pieter Lakeman. NOVA weigerde zijn oproep uit te zenden, Goedemorgen Nederland bood hem wel een podium. Daarmee was een nieuwswaardig feit geboren dat door andere media onmogelijk genegeerd kon worden. Zo ook in het najaar van 2003. Ogenblikkelijk na het op gang komen van de voorpubliciteit over de ‘Mabel’-uitzending van Peter R. de Vries vragen enkele Kamerleden premier Balkenende om opheldering. VVD-fractievoorzitter Van Aartsen laat weten het verzoek om opheldering niet te steunen: ‘Dit is weer een voorbeeld van een Tweede Kamer die zich laat opheuen door een berichtje in een of andere krant’. Ook hier is de afloop bekend.
Voorjaar 2008 riepen twee buitenlandse journalisten media op geen aandacht meer te besteden aan Wilders, omdat die weigerde het debat aan te gaan. ‘Waarom laten we een man die zwijgt alle voorpagina’s bepalen? Stop ermee’ schreven ze (www.denieuwereporter.nl). De vraag naar de nieuwswaarde van het aankondigen van het voornemen een film te maken waarvan inhoud noch naam bekend zijn, is terecht en prikkelt tot discussie. Nieuws is immers een beslissing en geen natuurgegeven. Maar wie vervolgens pleit voor doodzwijgen van de politicus die het debat op gang bracht, maakt zich schuldig aan wat hij de politicus verwijt: hij onttrekt zich aan het debat. Wij zijn de laatsten om te pleiten voor een cordon mediatique rond welke politicus dan ook. De Nieuwsmonitor beoogt niets meer en niets minder dan de discussie over ‘media en politiek’ van tijd tot tijd te voeden met onderzoeksuitkomsten, zodat de discussie een wat steviger feitelijke basis krijgt en minder steunt op louter opvattingen.
Otto Scholten, Nel Ruigrok en Joep Schaper, onderzoekers Nederlandse Nieuwsmonitor.
Bron afbeelding: http://admerumusum.blogspot.com/