Brontransparantie en lekkende wandelgangen

In zijn oratie van 17 september stelt Jo Bardoel, de Nijmeegse hoogleraar Journalistiek en Media, dat journalistiek zich moet onderscheiden tussen alle gratis, vaak commercieel getinte informatie op het web. Hij gebruikt hiervoor de metafoor van ‘een keurmerk’ voor kwaliteitsjournalistiek. Een aspect hiervan is helderheid over de herkomst van informatie. Transparantie over nieuwsbronnen en hun belangen dus. Reden genoeg om eens te kijken naar een nieuwsomgeving waar anonieme bronnen en lekken vaak worden gevat in de alles dekkende term ‘de Haagse wandelgangen’.

Zonder anoniem lekken in de wandelgangen is de kans op exclusieve nieuwtjes en inside information op het Binnenhof klein. Deze mores lijkt haaks te staan op bestaande journalistieke richtlijnen over bronvermelding. Hierin wordt vaak onderstreept, dat het gebruik van anonieme nieuwsbronnen tot een minimum moet worden beperkt. Voor het publiek van een nieuwsmedium moet zo transparant mogelijk zijn van wie of waar informatie komt. De Raad voor de Journalistiek heeft dit als eerste punt vastgelegd in paragraaf 2.2 van zijn leidraad voor journalisten. Alleen wanneer het niet anders kan, is het citeren van anonieme bronnen gewenst. Bijvoorbeeld als bekendmaking van zijn identiteit de tipgever schaadt en de informatie een groot maatschappelijk belang dient. Motieven achter beschuldigingen moeten daarnaast altijd zorgvuldig worden gecheckt. Kranten zoals NRC Handelsblad hebben die terughoudendheid ten aanzien van anonieme bronnen ook opgenomen in hun redactionele richtlijnen. Echter, hoe verhoudt de intentie van zoveel mogelijk transparantie zich tot de Haagse wandelgangen? Met andere woorden: hoe vaak vermelden parlementaire journalisten het gebruik van anonieme nieuwsbronnen?

Methode en data

De Nieuwsmonitor heeft met een automatische inhoudsanalyse alle artikelen over binnenlandse politiek onderzocht op verwijzingen naar verschillende soorten anonieme nieuwsbronnen. We hebben met een uitgebreide synoniemenlijst gezocht naar vermeldingen van anonieme personen en gelekte stukken.

In totaal zijn er 34.192 berichten geanalyseerd, die tussen 1 januari 2009 en 28 september 2010 zijn gepubliceerd en waarin Nederlandse politieke partijen worden genoemd. De verhalen komen uit de Volkskrant, NRC Handelsblad, De Telegraaf, Trouw en Metro.

Anonieme bronnen per krant

Iedereen kent wel de typische verwijzingen naar anonieme bronnen in Den Haag: ‘volgens ingewijden’, ‘kringen rond het kabinet melden’, ‘een goed ingevoerde bron bevestigt’, ‘wordt genoemd in de wandelgangen’ en ‘blijkt uit stukken die in handen zijn van deze krant’. De lezer weet zo dat de verslaggever iets intern bij een partij heeft geverifieerd. Dit soort aanduidingen komt niettemin relatief weinig voor in de politieke berichtgeving. In iets meer dan 2% van al het onderzochte nieuws worden anonieme personen genoemd en in iets minder dan 1% uitgelekte beleidsstukken (zie tabel 1).

Tussen de traditionele dagbladen met een betaalde oplage zien we wel wat verschillen. NRC Handelsblad vermeldt in relatief de meeste berichten wanneer er anonieme personen zijn geraadpleegd (3,1%) terwijl Trouw dat in 1,7% van de artikelen doet. Metro wijkt nog iets verder af. De gratis krant bevat betrekkelijk weinig politieke artikelen en noemt in een klein deel anonieme personen (1,1%). Voor wat betreft het noemen van gelekte documenten zijn de verschillen tussen de nieuwsmedia miniem.

Tabel 1 Aantal artikelen met anonieme bronnen als % van het totale aantal politieke artikelen per krant

Vermelding anonieme bronnen over tijd

Uitgezet over tijd zien we goed hoe beraadslagingen achter gesloten deuren en Prinsjesdag zorgen voor een lichte toename van het aantal artikelen met anonieme bronnen (zie figuur 1). In maart 2009 zorgt het besloten kabinetsberaad over een crisisplan tegen de economische malaise voor meer artikelen waarin een anonieme tipgever wordt aangehaald. Het lekken van de begrotingsplannen rond Prinsjesdag genereert een tweede piek. In de huidige maand, september 2010, leidt de onrust in het CDA tot het hoogste aandeel anonieme personen. Journalisten proberen met hun informatie te reconstrueren wat zich achter de inmiddels bekende deur van de fractiekamer heeft afgespeeld.

Figuur 1 Anonieme bronnen als % van aantal politieke berichten per maand

Discussie: hoe transparant moet het zijn?

Hoe transparant moeten journalisten eigenlijk zijn over de anonieme nieuwsbronnen die ze raadplegen ‘in de wandelgangen’, is de vraag die discussiepunt blijft. De cijfers hierboven tonen alleen hoe frequent redacteuren informatie van onbekende tipgevers in hun artikelen vermelden, maar niet of dit te veel of eerder te weinig gebeurt.

In de discussie over brontransparantie kunnen we twee vormen tegenover elkaar zetten. Moet het publiek enerzijds vertrouwen op de reputatie en integriteit van een medium met professionele journalisten? Een sporadische, korte vermelding van een anonieme bron is in dat geval genoeg. De doelgroep hoeft niet met elk wissewasje te worden lastiggevallen. Of moet er anderzijds sprake zijn van zoveel mogelijk transparantie? Een journalist verantwoordt in dat geval ergens in zijn eindproduct voor welk doel hij anonieme bronnen heeft geraadpleegd. Was het puur om geruchten te verifieren in kringen dichtbij de hoofdpersonen? Gaf een hint van een tipgever aanleiding tot het verhaal? Dit soort extra informatie zou kunnen leiden tot meer begrip van hoe een bericht tot stand is gekomen.

Kwalificaties blijven niettemin lastig. Wat juist is, te veel gebeurt of te weinig; dat moet vooral discussie zijn in het vak en meewegen in de dagelijkse routine. En wat vindt het publiek zelf eigenlijk? Kortom, welk ‘keurmerk’ willen we plakken op transparantie over de wandelgangen?